Triumph TR2-TR3 (1953-1962)

 

1953 TR2


De Triumph Cycle Co. Ltd., uit Coventry, Engeland, later de Triumph Motor Co. Ltd., een gereputeerde fabrikant van motorfietsen, begon met de bouw van automobielen in 1923. Het merk was vrij onbekend in de USA tot de jaren vijftig.

De populariteit kwam er met de zeer herkenbaar getekende TR2. Deze was ontwikkeld met een heel laag budget en bezat een motor die robuust genoeg was om een landbouwtractor aan te drijven.

De creatie van de TR2 danken we aan Sir John Black, grote baas bij de Standard Motor Co Ltd, het moederbedrijf van Triumph. Gebruik makend van standaard onderdelen, liet hij een prototype bouwen van een sportieve roadster. Deze  wagen, gepresenteerd in 1952 op de Londense Motor Show,  was de Triumph TR1. De TR2  was een evolutie van deze auto.

Het idee was gerijpt in de dertiger jaren, toen Standard motoren en chassis leverde aan William Lyons, geestelijke vader van de Jaguar. John Black bekeek hem echter altijd als een concurrent, en hij wilde niets liever dan Lyons beconcurreren in het sportwagensegment.

In 1944 kocht hij de door bommen volledig verwoeste Triumph fabrieken, en kondigde  aan dat hij na de oorlog een sportwagen zou gaan produceren. Triumph bouwde reeds sportieve auto's zoals de Southern Cross, Gloria en Dolomite, maar Black wilde meer.

De eerste naoorlogse sportwagen was de klassiek gestijlde Triumph 1800 Roadster van 1946. Deze had een motor van 1.8 liter, dezelfde die Black nog had verkocht aan Lyons. In 1948 volgde de 2000 Roadster met een 2.1 liter kopklep motor, zelfde krachtbron als.. de Ferguson tractor, Standard Vanguard berline en Morgan sportwagen.,

Deze 1800 en 2000 Roadsters waren eigenlijk meer toer- dan sportwagens. De prestaties waren eerder bescheiden, en toen Jaguar in 1948 de XK120 revelatie aan de wereld toonde, wist Black dat hij net zo goed maar meteen kon ophouden met Lyons direct te beconcurreren. Maar hij was wel slim genoeg om het gat in de sportwagenmarkt te zien dat er nu was ontstaan tussen de nieuwe Jaguar en de verouderde MG T series.

Na een snel opgegeven poging om een full-body roadster te produceren met de codenaam TR-X, ging men eindelijk in alle ernst aan het werk om de wagen te bouwen die uiteindelijk de TR2 zou moeten worden.

Triumph''s  chef ingenieur Ted Grinham bouwde  de  Vanguard - Ferguson motor in het chassis van de vooroorlogse Flying Standard. De kleine, messcherp gestyleerde Triumph Mayflower leverde de vering-en A-arm voorwielophanging, en uit de Vanguard werd de transmissie geplukt, weliswaar voorzien van een 4-bak in plaats van 3 versnellingen en voorzien van een Laycock de Normanville overdrive.

Het budget voor de matrijzen voor het realiseren  van de koets was een erg krappe 16.000 Pond Sterling, dus ontwerper Walter Belgrove kreeg niet veel ruimte voor improvisatie. Hij vermeed dan ook van volledig gevormde of complexe panelen te tekenen, en verkoos van bijvoorbeeld de voorspatborden slim te delen door het midden, om daarna de naden met een compund te vullen. Een chroom strip zou later deze aaneenzetting volledig camoufleren. De enige volledige voorgevormde panelen waren... de  koplampen!

Externe scharnieren bespaarden ook veel geld, en er werd niet al te veel gespendeerd aan het eenvoudige rooster dat als grille dienst deed. De wagen zag er finaal veel beter uit dan je zou verwacht hebben.

Het was een kleine auto geworden, met een wielbasis van 2235 mm (88 in.) en een totale lenge van 3835 mm (151 in.). Hij werd geļntroduceerd op het salon van Genčve in 1953 onder de naam Triumph TR2.

De prestaties van de TR2 waren verbazend. Ingenieur Grinham en autopiloot Ken Richardson modifieerden de robuuste maar een beetje zwak presterende (68 bHp) Vanguard motor. De slag werd verkleind van 2088 cc naar 1991 om onder de 2 liter te blijven. De bevestigings bouten van de cilinderkop werden verstevigd, dubbele SU carburatoren gemonteerd, de  nokkenas gewijzigd en de compressie verhoogd, om zo tot 90 bHp te geraken.

Vervolgens bracht Richardson nog enkele wijzigingen aan: radiatorbescherming, een metalen tonneau deksel, klein race voorruitje, en schilden over de achterwielen. Zo zette hij koers naar het internationaal vermaarde stukje autoweg te Jabbeke in Belgiė. Dit werd in die dagen regelmatig gebruikt door autoconstructeurs uit heel Europa voor tests en voor pogingen tot breken van snelheidsrecords.

Na Richardson"s eerste ontgoochelende poging op 20 mei 1953 met slechts 169 km/uur, waren de gezichten van de meegereisde techniekers en ingenieurs niet bepaald vrolijk, tot men vaststelde dat er een bougie gewoon niet vonkte... Richardso,'s TR had dus op 'drie poten' gereden! Met alle vier de cilinders goed aangesloten, haalde hij een uitstekende 200 km/uur over de vliegende mijl, en zelfs 201 km/uur over de vliegende kilometer.

De standaard TR2  demonstreerde uitstekende prestaties toen  hij uiteindelijk in Noord Amerika werd voorgesteld. Het Road & Track tijdschrift (april 1954) tekende 0 - 60 mph op in 12.2 seconden voor de 1093 kg zware roadster. ( 'de TR2 accellereert sneller dan gelijk welke Amerikaanse auto' ) , en testte een topsnelheid van 203 km/uur, bijna gelijk aan de duurdere, 2.6 liter Austin Healy 100.

Niet verwonderlijk kreeg de Triumph TR2 snel een grote aanhang omwille van zijn robuustheid, redelijke prijs, en schitterende prestaties. Hij won races en rallys aan beide kanten van de Atlantiche oceaan, en werd een gevreesde uitdager in de 2.0 liter sportwagen klasse. VAn 1953 tot 1955 werden er 8636 wagens gebouwd. De TR2 was de stamvader van alle TR modellen.



In oktober 1955 werd dan op de Londense Motor Show de  TR3 voorgesteld, met meer vermogen dan de voorganger. De wagen werd een mijlpaal want hij was de allereerste in serie geproduceerde wagen met schijfremmen vooraan, en gaf daardoor een extra voordeel voor de in races geļnteresseerde klanten.

Tegen 1961 waren er 75000 stuks verkocht, en de TR4 was net voorgesteld. Omdat de TR3 nog steeds goed verkocht, besloot Triumph van de productie voort te zetten onder de vorm van de TR3B. Deze werd uitsluitend in Noord Amerika verkocht. Gedurende de 8 productiejaren verdiende de TR3 zijn reputatie van betrouwbare, hoog oresterende sportwagen. In 1962 werd de productie stilgelegd.